Strenge hypotheeknormen leiden tot onnodig hoge lasten.

De woonlasten van veel huishoudens dreigen hoger te worden dan nodig doordat de regels tegen overkreditering te ver zijn doorgeschoten. De regels zijn voor veel huishoudens te streng om voor een hypotheek in aanmerking komen. Daardoor worden huishoudens die financieel beter uit zouden zijn als ze een woning kopen, steeds vaker gedwongen te huren in de relatief dure vrije sector. Dat stellen enkele kenners van de woningmarkt.

'Mensen komen door de normen eerder in de problemen dan dat ze worden geholpen', zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. Boelhouwer deed samen met Karel Schiffer onderzoek naar de effecten van strengere leennormen op de woonlasten. Schiffer was twintig jaar directeur van het Waarborgfonds Eigen Woningen dat huishoudens met lagere inkomens aan een goedkopere hypotheek helpt met de Nationale Hypotheekgarantie (NHG).

Het onderzoek is gedaan in opdracht van bouwvereniging NVB. Bouwbedrijven hebben zwaar te lijden onder de crisis op de woningmarkt.

Minder lenen
De kritiek volgt op een verdere beperking van de maximale leencapaciteit begin dit jaar. Het instituut voor budgetvoorlichting Nibud adviseerde minister voor Wonen, Stef Blok om strengere normen op te leggen aan banken. Huishoudens zouden volgens het Nibud te weinig geld opzij zetten om tegenvallers op te vangen. Blok zette de adviezen ondanks kritiek van de Tweede Kamer om in regelgeving. Sinds 1 januari kunnen huishoudens bij dezelfde hypotheekrente 5% tot 8% minder lenen. Een jaar eerder was ook sprake van een beperking van de leencapaciteit doordat de koopkracht daalde.

De beperkingen van het Nibud komen bovenop een reeks van andere maatregelen die zijn genomen om de hypotheekschuld van huizenkopers te verkleinen. Zo moeten huizenkopers die na 1 januari 2013 een huis kopen verplicht aflossen. Ook wordt de maximale hypotheek ten opzichte van de waarde van het huis in stappen verlaagd tot 100% in 2018.

Betuttelend
Boelhouwer en Schiffer stellen in het onderzoek dat de normering van het Nibud zijn doel voorbij schiet. Het Nibud gaat ervan uit dat een huishouden maximaal 50% van de vrij besteedbare ruimte mag uitgeven aan woonlasten. Boelhouwer noemt dit betuttelend. 'Iemand kan ook kiezen voor een duurdere woning en bewust afzien van vakanties, auto's of lidmaatschappen van verenigingen.'

De financieringsrisico's zijn volgens het tweetal ook veel minder groot dan gevreesd. In 2014 had volgens kredietbeoordelaar Fitch 0,9% van de huishoudens met een hypotheek een betalingsachterstand van drie maanden of meer. In Spanje, de Verenigde Staten en Ierland is dat achtereen 5%, 9% en 15%.

Boelhouwer en Schiffer staan bekend om hun kritiek op de strengere leennormen. Schiffer noemde bij zijn afscheid van het waarborgfonds het kunnen kopen van een huis zonder eigen geld een 'kroonjuweel van de volkshuisvesting'.

Georkestreerd
Boelhouwer stelde eerder dat de crisis op de woningmarkt door de overheid is 'georkestreerd'. De beperking van de hypotheekrenteaftrek had volgens hem nooit mogen plaatsvinden op het moment dat de economie in een crisis verkeerde. Hij wijst erop dat de huizenprijzen in België, Duitsland en Engeland de afgelopen jaren zijn gestegen, terwijl in Nederland een miljoen huishoudens met de waarde van hun huis onder water staan.

Boelhouwer wijst kritiek van de hand dat starters op de huizenmarkt meer belang hebben bij een daling van de huizenprijzen. 'Huren is gewoon duurder. We hadden veel economische tegenwind kunnen voorkomen als we minder procyclische maatregelen hadden genomen. Die hebben de neergaande beweging op de markt versterkt.'

Bron FD